Natuur in de Venen
Het Groene Hart wordt niet voor niets de achtertuin van de Randstad genoemd. Het heeft een grote natuurwaarde. Een van de mooiste delen van het Groene Hart zijn de Venen.
In de Venen, met zijn grasland, sloten, plassen, rietkragen en moerasbosjes leven vele plantensoorten (waaronder de krabbescheer, zwanebloem en koekoeksbloem) en diersoorten (waaronder weidevogels als de kievit en de grutto, purperreiger, zwarte stern, groene kikker en de groene glazenmaker, een libelle).
Speciaal is Botshol, een prachtig stiltegebied in de Vinkeveense Plassen. Het is een moerasgebied met unieke planten en zeldzame vogels. Ook de schraallanden langs het riviertje De Meije vormen een uniek natuurreservaat met bijzondere planten, waronder orchideeën; u kunt er een kleine rondwandeling maken.
Nieuwkoopse Plassen
Het natuurgebied De Nieuwkoopse Plassen (een echt vogelparadijs) kunt u het beste vanaf het water verkennen, bijvoorbeeld met een kano. Van mei tot oktober houdt Natuurmonumenten vaarexcursies over de plassen.
Voor meer informatie en aanmelding kunt u terecht bij de VVV Nieuwkoop (tel…….).
Tijdens uw fietstocht kunt u op het recreatieterrein Koekoek even uitrusten, met een fraai uitzicht over de Nieuwkoopse Plassen.
Ooievaarsbuitenstation Zegveld
Van 15 april tot 1 september is het ooievaarsdorp iedere donderdag geopend voor belangstellenden Van 10.00 uur tot 12.00 uur en van 14.00 uur tot 17.00 uur zijn vrijwilligers aanwezig die u op deskundige wijze het een en ander over de ooievaars kunnen vertellen en u tevens rondleiden over het terrein.
Geschiedenis van de ooievaars in Nederland
Zo’n zestig jaar geleden was de ooievaar een algemene verschijning in ons polderland. In 1939 broedden er in Nederland nog ruim driehonderd paartjes van deze grote zwart-witte vogel. Vanaf die tijd liep het aantal ooievaars bij ons sterk terug. Rond 1970 waren er minder dan twintig broedparen. De ooievaar was gedoemd uit te sterven. Een beschermingsplan wist dit gelukkig te voorkomen.
In 1971 werd door de vogelbescherming een ‘ooievaarsdorp’ gesticht in Groot-Ammers. In dit dorp werden ooievaars gefokt, met als doel ze uit te zetten in de natuur. Na Groot-Ammers kwamen er op verschillende plaatsen in het land buitenstations.
Vanuit de centra wist de ooievaar zich weer over het land te verspreiden. Op dit moment worden er bijna vierhonderd broedparen geteld. Sinds 1981 is ook in Zegveld een ooievaars-buitenstation gevestigd. Jaarlijks kruipen hier zo’n vijfentwintig jonge ooievaars uit het ei. De ooievaars in Zegveld zoeken zelf hun kostje bij elkaar. Bijvoeren gebeurt slechts mondjesmaat. Het ooievaarscentrum wordt volledig gerund door vrijwilligers.
Klepperaars
Ooievaars zijn trouw aan hun nest. Daar keren ze jaar na jaar op terug. Vaak ontmoeten ze op het nest ook de partner van de afgelopen jaren. Op het nest begroet het mannetje het vrouwtje met een klepperceremonie: hij gooit zijn kop achterover en kleppert met zijn snavel.Het vrouwtje antwoordt op dezelfde manier.
→ Terug naar Routepunt Oortjespad

