Verordening Ordemaatregelen


Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied 


Het algemeen bestuur van het Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied

gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 12 november 1997
gelet op artikel 6 van de gemeenschappelijke regeling van het Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied;
overwegende, dat een juist gebruik van de recreatieobjecten in beheer en onderhoud bij het recreatieschap vereist dat regelen worden gesteld inzake het gebruik van de recreatieobjec­ten;
 
 
b e s l u i t:
 
de verordeningen van de opgeheven recreatieschappen "Rijn- en Lekoevers" en "Utrechtse Heuvelrug en Valleigebied", die tijdelijk voor het nieuwe recreatieschap Utrechtse Heuvelrug en Valleigebied van toepassing zijn geweest, in te trekken;
 
voor zover van toepassing, de bovengenoemde ingetrokken verordeningen nog van toepassing te verklaren voor reeds afgegeven vergunningen;
 
vast te stellen de volgende "Verordening Ordemaatregelen, van toepassing op het gebruik van de recreatieobjecten van het Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied".
 
 
                                                           Algemene bepalingen
 
                                                                  Artikel 1
 
In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
 
a.         Het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur als bedoeld in art. 18 van de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied.
b.         Onder de recreatieobjecten vallen de objecten, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende bijlage 1.
c.         Pleziervaartuig: elk vaartuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen voor als watersport aan te merken recreatief gebruik zoals: jetski's, waterscooters motorboten, zeilschepen, roeiboten en kano's .
­­d.         Kampeermiddelen: caravans, kampeerauto's, tenten, tenthuisjes en tentwagens.
 
      Artikel 2                
 
Voor zover daar in deze verordening niet van wordt afgeweken, is het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) van toepassing op alle recreatieobjecten die onder de verordening vallen.

 

                                                                  Artikel 3
 
1.         Het dagelijks bestuur is bevoegd om vergunningen of ontheffingen van de verboden in de artikelen in deze verordening te verlenen. Het dagelijks bestuur kan deze verlenen voor bepaalde of onbe­paalde tijd en daaraan voorschriften verbinden.
 
2.         Alle vergunningen en ontheffingen, welke krachtens deze verordening worden verleend, worden schriftelijk gege­ven.
 
3.         De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
a.         indien de aan de beschikking verbonden voorschriften niet zijn of worden nageleefd;
b.         als de vergunning of ontheffing is verleend op grond van een onjuiste of onvolledige opgave;
c.         indien het algemeen belang zulks vordert.
 
4.         Het verlenen van eventuele ontheffingen van verbodsbepalingen door het bestuur van het recreatieschap, betekent niet dat ook ontheffing is verleend van eventueel van toepassing zijnde bepalingen uit gemeentelijke verordeningen.
 
                                                                  Artikel 4
 
1.         Degene, die handelt in strijd met, of niet nakomt de voorschriften, verbonden aan een vergunning of onthef­fing, overeenkomstig deze verordening verleend, wordt geacht te hebben gehandeld zonder vergunning of onthef­fing.
 
2.         De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht deze op eerste vordering ter inzage te geven aan hen die met de handhaving of de zorg voor de naleving van deze verordening of met de opsporing van de daarin bedoelde strafbare feiten zijn belast.
  
                                                                  Artikel 5
 
Voor zover deze verordening voorziet in dezelfde onderwerpen als een of meer bepalingen van een verordening van de gemeente waarin een recreatieobject is gelegen, houden laatstbedoelde bepalingen op te gelden al naar gelang de voor­schriften van de in de aanhef van dit artikel bedoelde veror­dening op het gehele dan wel op een gedeelte van het gebied van het recrea­tieobject van toepas­sing zijn.
   
                                                                  Artikel 6
 
1.         Het is verboden zich tussen zonsondergang en zonsopgang te bevinden op de recreatieobjecten.
 


2.         Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de passantenhaven in Rhenen, voor degenen die in het bezit zijn van een geldig bewijs, waaruit blijkt dat het overnachtingstarief is voldaan.
 
3.         Het is verboden één of meer kampeermiddelen, motorvoertuigen of andere middelen van vervoer tussen zonsondergang en zonsopgang op de recreatieobjecten achter te laten.
  
                                                                  Artikel 7
 
1.         Het is verboden zonder standplaatsvergunning van het dagelijks bestuur op een recreatieobject:
a.         met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben tot verkoop, uitstalling of tentoonstelling van waren of goederen;
b.         anderzins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan het publiek.
 
2.         Het in het eerste lid bepaalde geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte en geschreven stukken, waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
   
                                                                  Artikel 8
 
1.         Het is verboden op een recreatieobject met één of meer voorwerpen, waren of goederen te venten.
 
2.         Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover arti­kel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, arti­kel 7 van de Grondwet, ­van toepassing zijn.
 
3.         Het is verboden om op de recreatieobjecten één of meer voorwerpen, waren, goederen­­ of dieren, aan het publiek te huur aan te bieden of te verhuren.
 
4.         Het is verboden op de recreatieobjecten diensten aan te bieden waarbij het niet van belang is of het verrichten van die diensten al of niet tegen betaling geschiedt.
 
                                                                  Artikel 9
 
Het is verboden op de recreatieobjecten activiteiten met een commercieel karakter te ontplooien.
  
                                                                  Artikel 10
 
1.         Het is verboden om vuilnis en afvalstoffen van welke soort of aard dan ook te deponeren op de recreatie­objecten­.
 
2.         Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor huis­houde­lijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen papier, plastic bekertjes en blikjes, afkomstig van de zich op het recrea­tie­object bevin­dende recreanten.
 
3.         Het is verboden zich op andere wijze van huishoudelijke afvalstoffen te ontdoen dan door deze in of op de daartoe bestemde plaatsen, zoals afvalmanden, -bakken en soortge­lijke voorwerpen te deponeren.
 
                                                                  Artikel 11
 
1.         Het is verboden zich op het water van het recreatieobject Henschotermeer te bevinden met vaartuigen die door mechanische kracht worden voortbewogen of kunnen worden voortbewogen.
 
2.         Het is verboden zich op het water van het recreatieobject Henschotermeer te bevinden met een surfplank of een zeilboot. Dit verbod geldt niet voor de periode van 1 september tot 1 mei.
 
3.         Het is verboden zich op het water van de recreatieobjecten Gravenbol en de passantenhaven in Rhenen met een pleziervaartuig voort te bewegen met een snelheid hoger dan 6 km/uur.
 
4.         Het is verboden om op de recreatieobjecten Gravenbol en de passantenhaven in Rhenen met een pleziervaartuig af te meren buiten de daarvoor bestemde voorzieningen.
 
5.         Het is verboden om de aanlegvoorzieningen in de passantenhaven in Rhenen te gebruiken als startplaats voor waterscooters en jetski's.
   
                                                                  Artikel 12
 
1.         Het is een ieder, die een hond als eigenaar, houder of verzorger of in enige andere hoedanigheid onder zijn toezicht heeft, verboden
 
a.         met het dier anders dan aangelijnd te verblijven op de recreatieobjecten.
 
b.         met het dier anders dan kort aangelijnd, voldoende in iemands macht en voorzien van een doelmatige muil­korf te verblijven op de recreatieobjecten, indien de hond behoort tot een door burgemeester en wethou­ders van de gemeente ­­waarin het recreatieobject zich bevindt - bij openbaar besluit bekend gemaakt - als gevaarlijk aangemerkt ras of door kruising daarvan verkregen verwanten.
 
2.         Het in het eerste lid onder a omschreven verbod is niet van toepassing voor de recreatieobjecten Utrechtse Baan, het Henschotermeer en voor een gedeelte van het terrein Gravenbol.
Voor het recreatieobject Utrechtse Baan geldt dat honden, met inachtneming van gestelde in het eerste lid onder (b), onaangelijnd mogen verblijven.
Op het Henschotermeer is het met uitzondering van de parkeerplaatsen en toegangsweg tot de parkeerplaatsen, hoe dan ook verboden zich te bevinden met honden.
Voor Gravenbol geldt dat honden, met inachtneming van het gestelde in het eerste lid onder (b), alleen zijn toegestaan op eerste terreingedeelte, vanaf de dijk tot en met de dam. Op het gedeelte van het terrein dat gearceerd op de kaart bij deze verordening is aangegeven, is het hoe dan ook verboden zich met honden te bevinden.
 
                                                                  Artikel 13
 
1.         Het is verboden met een motorvoertuig, (brom)fiets en/of andere middelen van vervoer met uitzondering van invali­dewagens op de recreatie­objecten te rijden buiten de daarvoor bestemde wegen en met bebording aangegeven paden en terreingedeelten.
 
2.         Het is op de recreatieobjecten verboden met welk middel van vervoer dan ook harder te rijden dan 10 km per uur.
 
3.         Het is verboden motorvoertuigen en (brom)fietsen aan de hand mee te voeren en te doen of laten plaatsen op de recreatie­objecten anders dan op de daar­voor ter plaatse ingerichte parkeerplaatsen, stallingen en/of met bebording aangegeven terreinge­deelten.
 
                                                                  Artikel 14
 
1.         Het is verboden zich te bevinden in de plantvakken of met ruigte begroeide terreingedeelten buiten de daarin gelegen wegen of paden, met een minimale breedte van 100 cm, anders dan duidelijk voor recreatie ingerichte gedeelten.
 
2.         Het is verboden dijktaluds en oeververdedigingen van bij de recreatieobjecten behorende plassen te betreden met uitzondering van voor recreatie ingerichte gedeelten.
 
                                                                  Artikel 15
 
1.         Het is verboden schade aan te brengen aan de be­planting, begroeiing of welke voorziening dan ook op de recreatie­objecten.
 
2.         Het is verboden van de recreatieobjecten takken, hout, planten of delen daarvan te verwijderen of mee te nemen.
 
                                                                  Artikel 16
 
1.         Het is verboden de duiksport te beoefenen in de wateren op de recreatieobjecten.
 
2.         Het gebruik maken van de oevers van het Recreatieterrein Waarden van Gravenbol ten behoeve van de hengelsport is verboden, tenzij men lid is van, of in het bezit is van een vis- cq. looprechtvergunning, uitgegeven door of vanwege één van de hengelsportorganisaties zoals genoemd op de borden die op het recreatieterrein zijn geplaatst, of in het bezit is van een dag- of weekvergunning van één van die organisaties.
 
                                                                  Artikel 17
 
Het is verboden te graven of te doen graven op de recreatieobjecten. Dit verbod geldt niet voor de voor dit doel ingerichte plaatsen op de objecten en voor de zandstranden.
   
                                                                  Artikel 18
 
Het is verboden om op de recreatieobjecten open vuur aan te leggen.
Dit verbod geldt niet voor gastoestellen.
 
                                                                  Artikel 19
 
Het is verboden kampeermiddelen te plaatsen op de recre­a­tieobjecten buiten die gedeelten van de ­objecten die daarvoor zijn aangewezen door middel van borden.
 
                                                                  Artikel 20
 
Het is verboden zich met een of meer paarden te bevinden op de recreatieobjecten buiten de daartoe bestemde wegen of met borden aangegeven ruiterpaden.
   
                                                                  Artikel 21
 
1.         Het is verboden geluidvoortbrengende apparatuur of muziekinstrumenten te ge­bruiken op de recreatieobjecten, zodanig dat overlast voor anderen ontstaat.


Deze bepaling geldt niet voor het Henschotermeer. Op dit object is het gebruik van geluidvoortbrengende apparatuur geheel verboden, behoudens op het objectgedeelte, dat op de bij deze verordening behorende kaart van het Henschotermeer gearceerd is aangegeven. Op dit objectgedeelte is het gebruik van geluidvoortbrengende apparatuur toegestaan, mits op een afstand van 50 m buiten de grens van het op de kaart aangegeven gebied het geluid niet hoorbaar is.
 
2.         Het is verboden op de recreatieobjecten gebruik te maken van radiografisch bestuurde model-vliegtuigen, -boten, -auto's en dergelijke.
 
                                                                  Artikel 22
 
Het is verboden zich op de recreatieobjecten zodanig te gedragen, dat daardoor schade, hinder of gevaar voor anderen kan ontstaan.
 
      Artikel 23
 
Onverminderd hetgeen in de vorige artikelen is bepaald, is het verboden de recreatieobjecten te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het doel waarvoor waarvoor de objecten zijn opengesteld, te weten het gebruik ten behoeve van de dagrecreatie.
  
                                                          Straf- en slotbepalingen
 
                                                                  Artikel 24
 
Het opsporen van overtredingen dezer verordening wordt mede opgedragen aan de daartoe door het dagelijks bestuur aan te wijzen ambtenaren van de Facilitaire Dienst Utrechtse Recreatieschappen. 
  
                                                                  Artikel 25
 
Overtreding van enige bepaling van onze Verordening wordt bestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete in de eerste categorie, omschreven in het wetboek van Strafrecht.
Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het op kosten van de overtreders doen wegnemen, beletten, verrichten of in vorige toestand herstellen van hetgeen in strijd met deze verordening is of wordt gehouden, gemaakt of gesteld, ondernomen, nagela­ten, beschadigd of weggenomen.
 
                                                                  Artikel 26
 
Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening ordemaatregelen recreatieobjecten Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied".
 
                                                                  Artikel 27
 
Deze verordening treedt in werking één dag na afkondiging.
 


Bijlage 1
 
Recreatieobjecten die vallen onder de "Verordening Ordemaatregelen Recreatieobjecten Utrechtse Heuvelrug, Vallei- en Kromme Rijngebied" (artikel 1, onderdeel b):
 

-          Het recreatieobject De Roode Haan: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart 1;

-           Het recreatieobject Doornse Gat: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart 2;

-           Het recreatieobject Utrechtse Baan: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart 3;
-           Het recreatieobject Treekerpunt: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart 4;
-           Het recreatieobject Stadssparren: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart 5;
-           Het recreatieobject Kwintelooyen: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart 6;
-           De passantenhaven in Rhenen: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart 7;
-           Het recreatieobject Gravenbol: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart 8;
-           Het recreatieobject Henschotermeer: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart 9;
-           De fietspaden 4, 50, 51 en 52, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten, respectievelijk kaart 10, 11, 12 en 13.

Meer over De Leijen Meer over De Venen Meer over Doornse Gat Meer over Gravenbol Meer over Passantenhaven Rhenen Meer over Henschotermeer Meer over Heulse Waard Meer over Kwintelooijen Meer over Loosdrechtse Plassen Meer over Maarsseveense Plassen Meer over Middelwaard Meer over Nedereindse Plas Meer over Roode Haan Meer over Salmsteke Meer over Stadssparren Meer over Strijkviertel Meer over 't Waal Meer over Treekerpunt Meer over Utrechtse Baan Meer over Vinkeveense Plassen Meer over Zanderij Maarn Meer over Bosdijk Meer over Brasem Meer over De Aa Meer over De Geer Meer over De Hoef Meer over Demmerikse Bos Meer over Donkereindse Bos Meer over Grutto Meer over Heinoomsvaart Meer over Kandelaar Meer over Koekoek Meer over Oortjespad Meer over Oukoperdijk Meer over Pondskoekersluis Meer over Reiger Meer over Snoek Meer over Zwaan