Verordening De Strook Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002
De Plassenraad van het Plassenschap Loosdrecht e.o.;
- Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 17 oktober 2002;
- Gelet op artikel 4 sub g, juncto artikel 9 lid 1 van de Gemeenschappelijke regeling voor het Plassenschap Loosdrecht e.o.;
- Van oordeel dat het wenselijk is voorschriften vast te stellen omtrent het gebruik van het recreatieterrein De Strook van het Plassenschap;
Besluit vast te stellen de navolgende
Verordening De Strook Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002.
Artikel 1.
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. het bestuur:
het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 22 van de gemeenschappelijke regeling
Plassenschap Loosdrecht en omstreken
b. het recreatieterrein:
recreatieterrein De Strook aan de Vijfde Loosdrechtse Plas en het aanliggende water zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart.
Artikel 2.
1. Het is verboden zonder ontheffing van het bestuur zich tussen zonsondergang en zonsopgang op het recreatieterrein te bevinden.
2. Dit verbod geldt niet voor het terreingedeelte direct rond de horecavestiging en voor de hierbij gelegen parkeerplaatsen, voor hen die werkzaam zijn in de horecavestiging en voor hen die deze bezoeken.
3. Het is verboden kampeermiddelen, vervoermiddelen en andere goederen en voorwerpen tussen zonsondergang en zonsopgang achter te laten.
Artikel 3.
Het is verboden zonder ontheffing van het bestuur:
1. Goederen of dieren tentoon te stellen, te verkopen of te verhuren;
2. Te venten;
3. Al dan niet tegen betaling diensten aan te bieden.
Artikel 4.
1. Het is verboden om vuilnis en afvalstoffen te deponeren.
2. Het onder het eerste lid gestelde geldt niet voor huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen papier, plastic bekertjes en blikjes, afkomstig van de zich op het recreatieterrein bevindende recreanten; deze afvalstoffen mogen uitsluitend in de daartoe bestemde afvalbakken worden gedeponeerd.
Artikel 5.
1. Het is verboden binnen 15 meter uit de oever met een vaartuig ligplaats in te nemen of te ankeren, behalve op die locaties, die daartoe speciaal zijn aangegeven.
2. Het is verboden langer dan 2 uur op dezelfde plaats ligplaats in te nemen.
3. Het is verboden binnen 4 uur op de onder het tweede lid bedoelde ligplaats opnieuw ligplaats in te nemen.
Artikel 6.
1. Het is verboden zich met een hond op het strand te bevinden.
2. Het is verboden een hond los te laten lopen of te laten zwemmen, behalve op daartoe speciaal aangewezen plaatsen.
3. Het is verboden zonder ontheffing van het bestuur zich met een paard op het recreatieterrein te bevinden.
Artikel 7.
1. Het is verboden buiten de daarvoor bestemde wegen en paden te rijden, behalve met een invalidenwagen.
2. Het is verboden harder te rijden dan 10 km per uur.
3. Het is verboden voertuigen te parkeren of te stallen anders dan op de daartoe aangewezen plaatsen.
Artikel 8.
1. Het is verboden zich in de plantvakken te bevinden.
2. Het is verboden takken, hout en (water)planten te beschadigen of te verwijderen.
3. Het is verboden te graven, behalve op het strand.
Artikel 9.
1. Het is verboden zonder ontheffing van het bestuur een open vuur aan te leggen.
2. Het onder het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op het gebruik van gastoestellen en barbecues.
Artikel 10.
Het is verboden zonder ontheffing van het bestuur kampeermiddelen te plaatsen.
Artikel 11.
Het is verboden zonder ontheffing van het bestuur geluidsvoortbrengende apparatuur of muziekinstrumenten te gebruiken zodanig dat overlast voor anderen ontstaat.
Artikel 12.
Het is verboden zonder ontheffing van het bestuur gebruik te maken van radiografisch
bestuurbare modelvliegtuigen, -boten, -auto's en dergelijke.
Artikel 13.
Het is verboden zich op het recreatieterrein zodanig te gedragen dat daardoor schade, hinder of gevaar voor anderen kan ontstaan.
Artikel 14.
Onverminderd hetgeen in de vorige artikelen is bepaald, is het verboden het recreatieterrein te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het doel waarvoor dit is opengesteld.
Artikel 15.
1. Voor het verkrijgen van ontheffing van het bestuur dient een verzoek daartoe minimaal 30 dagen voor het betreffende gebruik schriftelijk ingediend te worden bij het secretariaat van het Plassenschap.
2. Het bestuur kan aan een verleende schriftelijke ontheffing voorwaarden verbinden. Deze voorwaarden mogen slechts strekken tot bescherming van de belangen in verband waarmee de verboden zijn gesteld.
3. De ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
a. indien de daaraan verbonden voorwaarden niet zijn of worden nageleefd;
b. als ontheffing is verleend op grond van een onjuiste of onvolledige opgave.
4. Degene die de gestelde voorwaarden niet of niet geheel nakomt wordt geacht te hebben gehandeld zonder ontheffing.
5. Degene aan wie ontheffing is verleend is verplicht deze ter inzage te geven aan hen die met de handhaving van deze verordening zijn belast.
Artikel 16.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het bestuur aan te wijzen personen.
Artikel 17.
1. Overtreding van enige bepaling van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.
2. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het op kosten van de overtreders doen wegnemen, beletten, verrichten of in vorige toestand herstellen van hetgeen in strijd met deze verorde-ning is of wordt gehouden, gemaakt of gesteld, ondernomen, nagelaten, beschadigd of weggenomen.
Artikel 18.
1. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van bekendmaking.
2. De Recreatiestrookverordening Loosdrechtse Plassen 1992 wordt ingetrokken met ingang van de in het eerste lid genoemde datum van inwerkingtreding.
3. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening De Strook Plassenschap Loosdrecht e.o. 2002’
Aldus vastgesteld in de vergadering van de Plassenraad op 27 november 2002.
voorzitter, secretaris-directeur,
mr. D. Bijl R.F.B. Broos
TOELICHTING
Artikel 2
Dit verbod is ingesteld met het oog op de veiligheid op het terrein en het voorkomen van vandalisme en andere illegale activiteiten.
Artikel 3
Met dit verbod beoogt het schap de rust op het recreatieterrein te bevorderen.
Artikel 4
Ten behoeve van de reinheid en het aanzien van het recreatieterrein, waaraan het schap bijzondere waarde hecht, is dit artikel opgenomen.
Artikel 5
Beoogd wordt te voorkomen dat boten langdurig ligplaats innemen langs het recreatieterrein
Artikel 6
In verband met het recreatieve karakter van het recreatieterrein, de rust en de veiligheid van de bezoekers, wordt een aanlijngebod voor honden noodzakelijk geacht. Met het oog op de hygiëne is een verbod op de aanwezigheid van honden op het strand en een zwemverbod voor honden ingesteld.
Ter voorkoming van schade aan het terrein is het verbod voor paarden opgenomen.
Artikel 7
Hiermede wordt beoogd de veiligheid op het terrein te bevorderen.
Artikel 8 en 9
Om schade aan de beplanting en het terrein te voorkomen achten wij deze verbodsartikelen noodzakelijk.
Het beleid van het schap is er op gericht de natuurwaarden te beschermen en een zo natuurlijk mogelijk beheer toe te passen.
Artikel 10, 11 en 12
Deze verboden zijn ingesteld teneinde de rust op het terrein te bevorderen.
Artikel 13 en 14
Met deze verboden wordt beoogd te voorkomen dat het terrein anders dan voor recreatieve doeleinden worden gebruikt.

